Algemene informatie
We kennen drie soorten gesteenten, afhankelijk van de manier waarop de aarde ze heeft gevormd.
Ontstaan van stollingsgesteenten
Magma is de gloeiend vloeibare massa van silicaten en oxiden in het hart van de aarde. Vindt er in de aarde een uitbarsting plaats? Dan koelt de gloeiende massa af en ontstaan er stollingsgesteenten.
Drie soorten stollingsgesteenten
Dieptegesteenten
De gloeiend vloeibare magma dringt binnen in de holle plooien van de bergen. Daar wordt hij hard en vormt hij gesteenten. Deze stenen komen uiteindelijk aan het oppervlak door afgraving van de bodem. Dieptegesteente heeft vrij grote kristallen. Graniet is de bekendste soort.
Uitvloeiingsgesteenten
De gloeiend vloeibare magma baant zich een weg naar het aardoppervlak. Hij stort zich uit en koelt vrij snel af. Daar vormt hij gesteenten. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij vulkaanuitbarstingen. Bekendste uitvloeiinggesteenten zijn porfier, basalt en basaltlava.
Splijtingsgesteenten
Dit gesteente komt voort uit graniet. Een bepaalde hoeveelheid gesmolten graniet zondert zich af en verhardt in het magma en in het nevengesteente. Dit soort steen wordt nagenoeg niet gebruikt in de (wegen)bouw.
Verschil in hardheid
Hoe trager de steen afkoelde, hoe harder hij is:
Ontstaan van afzettingsgesteenten
Afzettingsgesteenten komen voort uit andere stenen of fossiele planten en dieren. Na afzetting blijven delen onder de grond liggen. Deze afzetting pakt ergens samen of wordt ergens afgezet en blijft daar dan ook liggen. Hier vindt een nieuwe kristallisatie plaats onder invloed van temperaturen van 100 tot 200 graden. Uit de stukken van oude stenen ontstaan dus nieuwe stenen: afzettingsgesteente genoemd. Dit proces noemen we diagenese of gesteentevorming.
Twee soorten afzettingsgesteenten
Massieve afzetting
Deze stenen worden in massieve vorm teruggevonden in de natuur. Hiertoe behoren leisteen, kalksteen, tufsteen, blauwe steen. Tufsteen wordt ook wel tuffiet genoemd en is samengesteld uit vulkanische as.
Granulaten
Deze gesteenten komen voor in een eerder korrelige vorm. Het gaat onder andere om grind, rifkalk, veen, steenzout, dolomiet. Hier vond een chemische omzetting plaats.
Minder duurzaam
Afzettingsgesteenten zijn minder duurzaam dan stollingsgesteenten. Zij zijn dan ook niet bestand tegen bijtende chemicaliën. Belangrijk om te weten, wanneer u uw vloer wilt reinigen.
Voorbeelden
Verschil metamorfe en afzettingsgesteenten
Afzettingsgesteenten ontstaan door temperaturen tussen de 100 en 200 graden.
Metamorfe gesteenten ontstaan door temperaturen van meer dan 200 graden. Vaak zelfs boven de 800 graden. In dit geval spreekt men niet van diagenese maar van metamorfose.
Ontstaan van metamorfe gesteenten
Metamorfe gesteenten ontstaan doordat andere gesteenten chemisch en structureel veranderen. Dit kan alleen door de combinatie van een ontzettend hoge temperatuur (boven de 200 graden) en een enorme druk. Hierdoor ondergaat het gesteente een nieuwe kristallisatie en verandert het van samenstelling.
Voorbeelden
Verschil metamorfe en afzettingsgesteenten
Metamorfe gesteenten ontstaan door temperaturen van meer dan 200 graden. Vaak zelfs door temperaturen boven de 800 graden.
Afzettingsgesteenten ontstaan door temperaturen tussen de 100 en 200 graden. In dit laatste geval spreekt men niet van metamorfose maar van diagenese of gesteentevorming.